Van sommige van mijn teksten (zie ook poëzie) worden mensen niet vrolijk. Centraal staat ongeluk, onheil en dramatiek. Ben ik dan zon zwartkijker? Nee, absoluut niet. Er is een andere verklaring misschien: sympathie voor de underdog, voor de dromer en dichter, de brokkenpiloot. Voorspoed is immers veel minder interessant dan tegenslag. Hoewel je ook veel succes kunt hebben met het cultiveren van je ellende. Cabaretier Hans Dorrestijn weet daar alles van.
Ik ben geen schim meer
van wie ik ben geweest
voel nu de pijn van
een wond die niet geneest
ik heb geen toekomst
ik heb verkeerd gewed
en al mijn kaarten op een
hersenschim gezet
t Is nu te laat voor inkeer
ik voel me ineens zo oud
en als ik om me heen zie is er
niemand die van me houdt
Ik heb geen tijd meer
mijn leven is geweest
ik voer geen strijd meer
voor alle dagen feest
ik ben mezelf niet
en ben dat nooit geweest
ik ken mezelf niet en dat
steekt me nog het meest
Ik leefde op de toppen
en alles was glitter en goud
maar als ik om me heen zie zie ik
niemand die van me houdt
(deze tekst maakt deel uit van het toneelstuk As Best uit 1998; eigen werk)
Er zit een vrouw in de passage
tegen het glas van een restaurant
als detonerend personage
een plastic tas bungelt in haar hand
ze geeft geen kik, de hoop vervlogen
in het besef van haar rang en stand
de lege blik vreet aan haar ogen
haar vingernagels zijn zwartomrand
Ze zit er al van s morgens vroeg steeds op dezelfde plaats
en iedereen negeert haar, ze heeft schurft of is melaats
Er zit een vrouw in de passage
ineengepropt als een ouwe krant
weerspiegeld in de etalage
van t bloemenzaakje "Florissant"
het is er droog en heel behaaglijk
de hele dag kabbelt sfeermuziek
alleen de honger is ondraaglijk
Ze zit er al van s morgens vroeg steeds op dezelfde plaats
en iedereen negeert haar, ze heeft schurft of is melaats
Er zit een vrouw in de passage
ze wordt gezien door een surveillant
het is een overijvrig baasje
t is 10 voor 6, alles moet aan kant
ze reageert niet op zijn porren
ook niet als hij haar een zetje geeft
dan begint-ie aan haar te sjorren...
merkt al gauw dat dat geen zin meer heeft
Ze zat er al van s morgens vroeg steeds op dezelfde plek,
ze stond op ieders netvlies... maar alleen als blinde vlek
Ik weet het wel
mijn ogen liegen niet
je kust me op mijn wang
en glimlacht hypocriet
je vraagt me hoe het is
of ik je nog herken
maar luistert niet naar wat ik zeg
het zal je ook een rotzorg zijn
of ik gelukkig ben
Ik weet het wel
mijn oren liegen niet
gevoelloos is je stem
nog steeds van zwart graniet
net als het aanrechtblad
waarbij ik koffie zet
je praat tegen mijn rug, ik vang
fragmenten op, het gaat over
je aandelenpakket
Ik weet het wel
je ogen liegen niet
het doet je amper iets
als jij je moeder ziet
er gaat geen dag voorbij
dat ik niet denk aan jou
maar als je komt die enkle keer
dan ben je net een vreemde die
ik liever niet vertrouw
Alsof je mijn gedachten leest
zo sta je op: t Is mooi geweest
ik moet er weer vandoor
En als ik zeg: Je bent er net,
is jouw versleten tegenzet:
Ik moet nog langs kantoor
Je loopt daar zonder overjas
zwaait vrolijk met je aktentas
bent opgelucht misschien
De zakenman die oogst en zaait
zo graag een rad voor ogen draait
gewiekst met alle winden waait
...ik wil je nooit meer zien!
Ik weet dat het niet lang meer duurt
ik hoop dat het niet lang zal duren
we willen graag het huis verhuren
het is een populaire buurt
Op maandag maar stel ik me voor
- ze is op maandag ook geboren
en dan zo tegen t ochtendgloren
hoef ik die dag niet naar kantoor
Een weekendje bijten
dan is het voorbij
dan is ze wel pleite
die ouwe van mij
Ze weegt nu lichter dan een veer
en op haar handen heeft ze zweren
dan toch maar kiezen voor cremeren?
das binnen en dus geen slecht weer
Gebrul, gereutel en gehijg,
een vliegtuig dat niet op wil stijgen
wat kan ik anders doen dan zwijgen
ik denk dat ik straks alles krijg
Een weekendje bijten
dan is het voorbij
dan is ze wel pleite
die ouwe van mij
Ze heeft haar leven goed besteed
ik zal haar kliekjes nooit vergeten
ze heeft niet met haar geld gesmeten
heel vroeger had ze t niet zo breed
Al sterf ik bijna van verdriet
straks kan ik onbeperkt genieten
als zij een beetje op wou schieten
- het komt toch op een uurtje niet?
Een weekendje bijten
dan is het voorbij
dan is ze wel pleite
die ouwe van mij
Ik heb een zwak voor oude meisjes
kasten vol verdriet
zorgen om hun slappe buitenkant
denken dat een ander
al hun rimpels ziet
bang om bloot te zonnen op het strand
Ze zijn geketend door het leven
krijgen maar geen vat
schuifelen getekend door de tijd
kunnen zich niet geven
hebben altijd wat
raken zo hun zelfvertrouwen kwijt
Meisje pak je koffers
en ook je beautycase
kom we gaan er wat van maken
ook al zijn het niet mijn zaken
je bent volop in de race
Zo voel ik mee met oude meisjes
veel te vroeg failliet
bloedend om het gaatje in hun hand
klagen soms hun nood bij
goudvis of parkiet
stonden graag te boek als int'ressant
[ref]
Ik heb een zwak voor oude meisjes
dozen vol verdriet
om de tuin van tederheid geleid
weergaloze meisjes
in een wurgend lied
mooi in al hun droeve weerloosheid
[ref]
Ze heeft er moeite mee
Ze heeft er moeite mee
met de afstandsbediening
met in gezelschap roken
hoe lang het nog zal duren
en met een kinder-kleurplaat
bij 't oud papier gevonden
natuurlijk met de trap
Met alles heeft ze moeite
en als iets niet wil lukken
dan slaat ze om zich heen
en gooit een glas aan stukken...
Maar dan heeft ze weer moeite
met het lijmen van de scherven
de nieuwe SRV-man
de televisiegids
met 3x4x9
met het draadje door de naald
met wisselend succes en spoed
Ze heeft er moeite mee
de thuishulp die getrouwd is
met de nieuwe SRV-man
met een veel te strakke rits
met zon maar ook met regen
in eigen huis verdwaald
met vriendelijke groet
Met lezen heeft ze moeite
met dubbele mayonaise
ze loopt een beetje moeilijk
met weemoed en gezag
met interest en rente
oprechte complimenten
en met de Franse slag
Ze heeft er moeite mee
met oorlog en met vrede
geboren, overleden
de hoed, hoed in de hand
het lijmen van de scherven
met mate met gevoel
en moeite ook, met sterven
We vissen dicht onder de kust
de donder rolt over de dijk
de zee is zo zwart als de nacht
waarmee ik de lucht vergelijk
het water gaat woedend tekeer
het kookt en het kolkt en het raast
het roer gehoorzaamt niet meer
De Waddenzee siddert en beeft
verwoestend als pakijs dat kruit
de kotter breekt bijna in twee
o god, ik sta doodsangsten uit
de bliksem schiet wild in het rond
de lucht breekt met heidens kabaal
het schip bonkt over de grond
O de zee, de zee
van het golvend gevaar
wat ben je toch met me van plan
o de zee, zwarte zee,
onberekenbaar
weet dat ik niet zonder je kan
Uit alle macht klem ik me vast
de zondvloed komt over me heen
ik hoor iemand schreeuwen om hulp
ben dan weer minuten alleen
Met de zee, de zee
van het golvend gevaar
wat ben je toch met me van plan
o de zee, zwarte zee,
onberekenbaar
weet dat ik niet zonder je kan
Het onheil verliest nu zijn kracht
het noodweer trekt weg over zee
mijn bed daar verlang ik nu naar
we brengen ons quotum niet mee
Van de zee, van de zee
van het golvend gevaar
wat ben je toch met me van plan
o de zee, zwarte zee,
onberekenbaar
weet dat ik niet zonder je kan
De bui gromt wat na, het wordt licht
doorweekt waag ik mij op het dek
het zout bijt me in het gezicht
het luik naar 't vooronder zit dicht
de zee deint nog na, grijs als lood
ik roep maar een antwoord blijft uit
ik ben alleen op de boot
Met de zee, de zee
van het golvend gevaar
wat ben je toch met me van plan
o de zee, zwarte zee,
ongrijp- en ontembaar
weet dat ik niet zonder je kan
De droom die ze verloor
Voor 't laatst een toefje room
ze werpt een blik naar buiten
ze ziet niet anders dan
een doodgewone dag
de opgetuigde boom
de nepsneeuw op de ruiten
bedrieg'lijk dwaalspoor van
goedkoop effectbejag
De stereo verdeelt
de boodschap van de vrede
verpakt in gouden glans
en engelengezang
ze glimlacht wat verveeld
ze leeft in het verleden
de geest in onbalans
de liefde duurt nooit lang
De droom die ze verloor
de liefde van haar leven
nog jong en onbevlekt
geplet tegen een boom
ze zet haar plannen door
ze zal geen krimp meer geven
de tafel is gedekt
het wordt steeds meer een droom
Omdat het toch al regent
en alle winkels dicht zijn
omdat er niemand thuis is
en alles ach en wee
om alle loze praatjes
de hypocriete leugens
om alle maskerades
doet ze blauwzuur in haar thee
Omdat het toch al regent
en alle winkels dicht zijn
omdat er niemand thuis is
en alles ach en wee
om alle loze praatjes
de hypocriete leugens
om alle maskerades
doet ze blauwzuur in haar thee
SCHELE GRIET
Als ik mijn zin maar had gekregen
was ik naar de kroeg gegaan
maar de bierlucht staat me tegen
en je kunt geen mens verstaan
niet verstaan en niet verduren
iemand brult een dronken lied
en je ruziet met je buren
ik blijf bij mijn hartsverdriet
Als ik de kans maar had gekregen
was ik zeker vreemdgegaan
't heeft er enkel aan gelegen
dat geen vrouw me ooit zag staan
niet zag staan en niet zag zitten
ik ben moeders mooiste niet
noodgedwongen bleef ik klitten
bij mijn nichtje Schele Griet
Grietje van mij
je zag me wel zitten
Grietje van mij
je zag me wel staan
Jouw mooie ogen
ik ben erin gevlogen
volgen me overal
waar ik zal gaan
Als ik verstand had meegekregen
was ik nooit met haar gegaan
op ons huwlijk rust geen zegen
'k vind er eigenlijk niets meer aan
niets meer aan te repareren
was ik niet zo 'n gentleman
'k ruilde Griet zonder mankeren
voor haar zusje... Schele Gwen
GEKTE
Ik graaf in mijn geheugen
als een edelman
op zoek naar weer een leugen
ik die niet liegen kan
Ik spit in het verleden
ondanks een hernia
met oorlog heb ik vrede
als ik mijn gadesla
Ik ben daar gek
een geniale gek
ik zeg hallo als ik vertrek
de dam is van het hek
ik ben daar gek
Ik ben daar gek
gestoord gewetenloos en gek
neem veren, kwast en pek
smeer me in met duivelsdrek
ik ben goed gek
smeer me in met duivelsdrek
U ziet me in successie
slechts eenmaal in de goot
ik hou niet van agressie
ik sla je hallef dood
Ik heb het eeuwig leven
staat in mijn testament
daarom heb ik nog even
en zwijg ik pertinent
U denkt wat gek
gestoord gewetenloos en gek
ik zeg hallo als ik vertrek
neem veren, kwast en pek
ik ben daar gek
Ik ben daar gek
een geniale gek
ik eet de wortels die ik trek
en schiet de gaatjespannen lek
ik ben daar gek
goed gek
Ik heb geen naaste buren
onveilig is de kust
de oren hebben muren
dat geeft een beetje rust
Temidden van confraters
voer ik het hoogste woord
want zij zijn stille waters
dus word ik nooit gestoord
Ik ben gestoord etc.
LIEFDES GAAN EN LIEFDES KOMEN
We zijn al jaren uit elkaar
soms lijkt het nog maar pas
je plaagt me in mijn dromen
of zit in dezelfde trein en ik herken je aan je jas
van zwart satijn
En ik doe snel mijn ogen dicht
niet echt een stoere vent
veins dat ik zit te slapen
vraag me af of jij me ziet en of je mij dan ook herkent
ik hoop het niet
Liefdes gaan en liefdes komen
wie je ooit hebt liefgehad
is nu uit het zicht verdwenen
woont nu in een and're stad
We komen aan, perron 10B
ziet van de mensen zwart
met toekomst en verleden
getweeën of alleen op zoek naar een verloren hart
ik ben er één
Liefdes gaan en liefdes komen
wie je ooit hebt liefgehad
is nu uit het zicht verdwenen
woont nu in een and're stad
Maar je weet nog hoe ze lachte
en zij weet nog hoe je rook
waar je ongeduldig wachtte
en ik - ik weet het ook
Liefdes gaan en liefdes komen
wie je ooit hebt liefgehad
is nu uit het zicht verdwenen
woont nu in een and're stad
SURVIVAL
Ik heb mijn angsten ingepakt, de grote en de kleine,
mijn waanideeën netjes op hun impact gesorteerd,
dan is er nog het pillendoosje met mijn medicijnen
- als ik die thuislaat kom ik met mezelf niet in het reine -
en ook de plastic tas waarin mijn hartstocht vegeteert
Mijn zorgen in de koffer, boven op de herfstdepressie,
voorzichtig de paniekaanvallen in een doos gevlijd
daarachter de twee vuilniszakken: Onvree en Obsessie,
- dat stel is eerste opvang als ik tob met mijn agressie -
en in de handbagage voer ik al mijn haat en nijd
De gang is volgestapeld,
de slaapkamer verbouwd,
de douche is onbereikbaar
en de keuken volgestouwd
met koffers, kisten, dozen,
vol trauma's en psychosen
die wil ik ergens lozen…
- ik wil het kwijt, heel de reutemeteut,
want ik ga op survival, ik ga op survival, ik ga op survival
met mijn therapeut!
De route heb ik bestudeerd, hij gaat door diepe dalen,
rivieren moet ik oversteken, hangend aan een koord,
ik vraag me nu al af of ik de overkant zal halen
- het is misschien verstandig om niet vooruit te betalen -
en als de stroom me meesleurt wie heeft dan het laatste woord?
De wekker is gezet, nu nog een enkel nachtje slapen,
en dan de helse krachtproef in de doolhof van mijn ziel
mijn wilskracht en mijn moed probeer ik uit de goot te schrapen
- de humor van de straat is eens te meer mijn sterkste wapen -
en voor de steile wanden heb ik schoenen met profiel
De dag van morgen opent nu nog ongekende wegen,
de ruimte met miljarden sterren heeft voor mij geen grens,
ik zal mezelf de waarheid zeggen en spreek dat weer tegen
-'k heb moeite met vroeg opstaan en tot nu toe dat verzwegen -
maar als ik ga en terugkom is het als een ander mens!
De gang is volgestapeld,
de slaapkamer verbouwd,
de douche is onbereikbaar
en de keuken volgestouwd
met koffers, kisten, dozen,
vol trauma's en psychosen
die wil ik ergens lozen…
- ik wil het kwijt, heel de reutemeteut,
want ik ga op survival, ik ga op survival, ik ga op survival
met mijn therapeut!
Ik heb mijn wanhoop ingepakt, met angsten en met beven;
het uitgangspunt is simpel, ik hoef enkel maar…. te overleven
Terug naar beginpagina? Klik hier.
Maar doorklikken naar Feesten en partijen, naar Kinderliedjes, Diversen, naar In het Gronings of naar Engelstalig kan natuurlijk ook.Terug naar boven? Klik dan op deze link.
Voor alle teksten geldt: © A. Meijer